top of page

Als je puber van je wegvaart

30 sep
4 minuten om te lezen

Wat als je puber je tegelijk signalen stuurt van: ‘Hou me alsjeblieft vast’ én ‘Laat me toch los’? Herken je dit als ouder? En moet je je tiener nu vasthouden of net loslaten?



Gisteren kwam ik terug van een tweedaagse opleiding ‘Houd me vast, laat me los’ in Utrecht, een training voor trainers rond de relatie tussen ouders en hun pubers.


We hadden het over gezinnen waar het lange tijd goed gaat en waar het in de puberteit plots een stuk moeilijker kan worden. Gezinnen waarin ruzies, botsingen of terugtrekking steeds meer de boventoon voeren. Waar een ouder denkt: ‘Ik weet niet meer hoe ik tot mijn kind kan doordringen’ en een puber vooral lijkt te zeggen: ‘Bemoei je met je eigen zaken.’


Vanaf de eerste momenten van de opleiding werd ik teruggebracht naar de tijd waarin onze eigen kinderen in de puberteit waren. En heel specifiek naar het moment waarop één van onze kinderen het nest wat vroegtijdig verliet. Vroegtijdig, naar mijn gevoel toch. Ik had hem zo graag nog wat langer vastgehouden. En waarschijnlijk had hij mij ook nog nodig. Maar ergens waren we verstrengeld geraakt in een dynamiek die ons allebei niet altijd goed deed.


Enerzijds had hij behoefte aan autonomie, aan ruimte en aan zelf ontdekken wie hij was. Anderzijds had hij ook behoefte aan bescherming, nabijheid en een ouder die beschikbaar bleef. Alleen waren de signalen die hij me stuurde voor mij soms ontzettend verwarrend: ‘Hou me vast’ en tegelijk ‘Laat me los’.


En ik, in mijn moeder-zijn, werd soms geraakt op plekken die veel ouder waren dan mijn kind. Mijn eigen geschiedenis speelde mee, mijn ideeën over wat goed ouderschap was en over wat ik mijn kinderen wel en niet wilde meegeven. Ik reageerde dus niet alleen op mijn puber, maar ook vanuit mijn eigen geschiedenis.


Terwijl ik zo graag een veilige haven wilde zijn waar hij altijd naar kon terugkeren, was ik op sommige momenten eerder een flikkerende vuurtoren. Ik wilde hem zo graag de juiste richting wijzen, maar mijn licht was soms zo fel dat het hem eerder verblindde dan hielp. In plaats van een plek waar hij veilig kon aanmeren, werd ik iemand van wie hij het liefst zo ver mogelijk weg wilde varen.


En daarop reageerde mijn puber dan weer. Zijn reactie had op haar beurt óók een functie. Zo ontstond er een patroon waarin we elkaar steeds opnieuw raakten. Niet omdat één van ons het fout deed, maar omdat we elkaar op bepaalde momenten niet meer goed konden bereiken.


Dat is één van de inzichten die ik meeneem uit ‘Houd me vast, laat me los’: achter gedrag zit een behoefte. Ook achter die puber die met zijn ogen rolt, de deur dichtgooit, zich terugtrekt of roept dat hij met rust gelaten wil worden. En ook achter onze eigen reacties als ouder.


We kunnen boos worden, controleren, aandringen, ons terugtrekken of denken: ‘Dan zoek je het zelf maar uit.’ Dat maakt ons geen slechte ouders. Het maakt ons mens. Onze reacties worden beïnvloed door onze eigen geschiedenis, onze kwetsbaarheden en onze behoefte om het goed te doen voor ons kind. Maar onze reactie heeft ook invloed op onze puber. Zo ontstaat er een dans tussen ouder en kind die soms steeds moeilijker wordt.


Wat ik zo waardevol vond aan deze opleiding, is dat ze niet vertrekt vanuit het idee dat we perfecte ouders moeten worden. Die bestaan namelijk niet. Wel kunnen we leren kijken naar wat er onder het gedrag gebeurt. We kunnen leren herkennen wanneer we zelf geraakt worden en onze eigen emoties leren reguleren, zodat we opnieuw beschikbaar kunnen zijn voor ons kind.


Deze manier van kijken naar ouders en pubers sluit heel mooi aan bij waarom ik mij verder wil verdiepen in EFT. De hechtingsgerichte blik, het zoeken naar wat er onder gedrag leeft en opnieuw ruimte maken voor verbinding, zijn elementen die ik graag meeneem in mijn werk. Ik ben dan ook blij dat ik mij hierin verder kan ontwikkelen binnen EFT Belgium.


Want ook al lijkt je puber soms allesbehalve behoefte te hebben aan jou… onze kinderen blijven behoefte hebben aan een ouder die bereikbaar is. Een veilige haven. Iemand bij wie ze terechtkunnen wanneer de wereld even te veel wordt.


Misschien is dat wel één van de moeilijkste opdrachten van het ouderschap: weten wanneer je moet vasthouden en wanneer je moet loslaten. En kunnen blijven voelen dat achter ‘laat me met rust’ soms ook een heel stille boodschap kan zitten: ‘Ben je er nog als ik je nodig heb?’


Als ik terugkijk naar die periode met onze eigen puber, denk ik soms: ‘Had ik dit toen maar geweten…’ Had ik maar beter begrepen wat er onder bepaalde reacties zat. Had ik maar geweten hoe gemakkelijk mijn eigen oude pijn mee aan het stuur kon zitten.


Maar die gedachte duurt gelukkig nooit lang. Want ondertussen kijk ik naar de prachtige mens die deze puber geworden is. En dan denk ik vooral: we hebben het samen goed genoeg gedaan.


Niet perfect. Wel met vallen en opstaan. Met zoeken. Met elkaar soms kwijtraken en elkaar weer terugvinden.


En misschien is dat wel de hoop die ik ouders van pubers vooral wil meegeven: het hoeft niet altijd goed te gaan om opnieuw goed te kunnen komen.


Ook wanneer de verbinding tussen jou en je puber vandaag moeilijk voelt, kan er opnieuw beweging komen. Soms begint die beweging met begrijpen wat er tussen jullie gebeurt. Met opnieuw leren kijken naar wat je kind én jijzelf eigenlijk proberen te vertellen.


Houd me vast. Laat me los. En vooral: blijf bij me.



 
 
 

Opmerkingen


bottom of page