top of page

Je wilt zo graag helpen. Maar wat als je kind zich juist terugtrekt?


Ik zie het soms: ouders die mij contacteren omdat ze wel voelen en zien dat er iets aan de hand is met hun kind, maar niet weten wat. En dat begrijp ik. Want als ouder wil je toch vooral dat je kind het goed heeft? Dat het zich goed voelt, dat het zichzelf kan zijn, dat het gelukkig is.


Als ouder voel je dan zo sterk de behoefte om te zorgen voor je kind. Je wilt helpen, dichtbij zijn, begrijpen wat er gebeurt. En soms lukt dat niet. Je geraakt niet bij je kind binnen. Je stelt vragen, probeert een gesprek te beginnen, kijkt naar je kind met een blik vol bezorgdheid. En toch blijft de deur dicht.


Daar zou je toch zot van worden?



Ik weet het nog heel goed. Enkele maanden geleden belde een mama mij omdat haar zoon zich plots zo had teruggetrokken. Ze had al van alles geprobeerd om te weten te komen wat er aan de hand was, maar het lukte haar niet. En dat baarde haar zoveel zorgen. Ze wilde zo graag begrijpen wat er met haar zoon gebeurde. Ze wilde hem helpen. En ergens begon ze zich ook af te vragen of ze het wel goed deed.


Als therapeut én mama van drie is dat gevoel zo herkenbaar. Die machteloosheid die je als ouder soms kan voelen. Want hoe graag je ook wilt zorgen, soms lijkt niets te werken.


En misschien gebeurt er dan wel iets wat heel begrijpelijk is. Omdat je bezorgd bent, ga je nog meer vragen stellen. Je probeert nog dichterbij te komen. Je wilt weten wat er in dat hoofd van je kind omgaat. Je wilt zo graag dat je kind met jou deelt wat er speelt.


Maar voor je kind kan die bezorgdheid soms ook voelen als druk.


En hoe meer jij probeert dichtbij te komen, hoe meer je kind zich misschien terugtrekt. Waardoor jij je nog meer zorgen maakt. En waardoor je misschien nog harder probeert.


Een cyclus waar je samen moeilijk uit geraakt.


Deze mama had haar zoon kunnen overtuigen om eens mee te komen naar een therapeut. Maar hoe spannend moet dat voor hem geweest zijn? Hij kon zijn mama al niet uitleggen wat er met hem aan de hand was. Hoe moest hij dat dan vertellen aan iemand die hij helemaal niet kende?


Daar had ik zo veel begrip voor.


Ik voelde met hem mee. De spanning. De verwachtingen. Misschien ook wel het gevoel: ik weet niet wat ik moet zeggen en toch zit ik hier omdat mama zo bezorgd is.


Daar zaten ze dan tegenover mij. Mama met haar grote zorgen om het welzijn van haar zoon. En haar zoon die daar grotendeels zat om mama een plezier te doen, maar zelf niet echt had gekozen om hier te zijn.


En eigenlijk is dat voor mij geen slecht begin.


Want ik hoef op dat moment nog helemaal niet te weten wat er achter die gesloten gordijnen zit.


Ik hoef niet onmiddellijk te weten waarom zoonlief zich terugtrekt. Ik hoef hem niet meteen te laten vertellen wat er gebeurd is. Ik hoef niet op zoek naar het probleem.


Eerst wil ik weten hoe het voor hen is om hier samen te zitten.


Hoe zijn jullie hier geraakt? Wie heeft ervoor gezorgd dat jullie hier zitten? Wie heeft hier zin in en wie niet? Hoe spannend is het voor mama? En hoe spannend is het voor haar zoon?


Wat maakt mama zo bezorgd? En wat maakt dat het voor zoon zo moeilijk is om daarover te praten?


Waar heeft mama nood aan? En waar heeft haar zoon nood aan?


Want ik zie hen allebei.


Ik zie de ouder die zo graag wil zorgen, maar niet meer weet hoe. De ouder die misschien bang is, zich machteloos voelt en zich afvraagt of hij of zij het wel goed doet.


En ik zie ook het kind. Het kind dat misschien zelf nog niet begrijpt wat er aan de hand is. Dat misschien nog geen woorden heeft voor wat het voelt. Of dat wel woorden heeft, maar ze nog niet kan of wil delen.


En die twee mogen er allebei zijn.


We hoeven niet onmiddellijk de diepte in. We hoeven niet meteen de problemen op tafel te leggen. Eerst mag er ruimte zijn voor wat er hier en nu gebeurt. Voor de spanning. Voor de bezorgdheid. Voor de twijfel. Voor het feit dat de ene misschien heel graag wil praten en de andere helemaal niet.


Dat is geen verloren tijd.


Dat ís het begin.


Want als we iets willen begrijpen, moeten we er eerst voor zorgen dat het veilig genoeg voelt om ernaar te kijken.


Voor mij als therapeut is het daarom zo belangrijk dat wanneer ouders met hun kind naar de praktijk komen, ik niet onmiddellijk ga zoeken naar de problemen die netjes achter de gordijnen verscholen zitten.


Soms blijven die gordijnen nog even dicht.


Dan kijken we samen naar die gesloten gordijnen.


En voelen we wat het met ons doet dat ze dicht blijven.


Want misschien voelt dat op dit moment wel veiliger. Voor het kind, maar soms ook voor de ouder. Want achter die gordijnen kan iets zitten wat moeilijk is. Iets wat pijn doet. Iets waar we nog niet klaar voor zijn om naar te kijken.


En dat hoeft ook niet meteen.


We mogen eerst gewoon samen zitten.


Ik zie jou als ouder. Ik zie hoe graag je wilt helpen. Ik zie hoe moeilijk het is wanneer je niet bij je kind binnen geraakt.


En ik zie jouw kind. Ook als het nog niets vertelt. Ook als het zich terugtrekt. Ook als het hier eigenlijk helemaal niet wil zijn.


We hoeven niet te forceren om toch samen een eerste stap te kunnen zetten.


Soms begint verbinding niet met het openen van de gordijnen.


Soms begint ze met er samen naar durven kijken.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page