Oma’s aan de top ! Of net niet…
- Catherine
- 21 uur geleden
- 6 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 uur geleden
Wie kent het liedje van K3 niet: Oma’s aan de top! En eerlijk… als oma van zes kleinkinderen klinkt dat eigenlijk best goed.

Onlangs postte ik op social media een foto van mijn echtgenoot en mezelf met onze zes kleinkinderen. De foto kreeg onverwacht veel likes. En ik begrijp het wel. Ze straalt vreugde, positieve energie en vooral veel verbondenheid uit. Dat is ook wat ik voel wanneer ik naar mijn gezin kijk. We zijn sterk met elkaar verbonden en ik geniet enorm van mijn kinderen en kleinkinderen.
En toch roept die foto bij mij ook andere vragen op. Hoe vul ik mijn plek als mama in nu mijn kinderen volwassen zijn? Hoe vul ik mijn plek als oma in? En wat met mijn plek als schoonmoeder?
Ik wil er graag zijn voor mijn kinderen, helpen, meedenken en mijn steentje bijdragen. Maar soms vraag ik me af of wat ik doe ook werkelijk is wat zij nodig hebben. Wanneer is mijn hulp welkom en wanneer wordt ze te veel? Wanneer mag ik mijn mening geven en wanneer kan ik beter zwijgen? En wanneer moet ik gewoon vertrouwen en loslaten?
Ik heb daar niet altijd een duidelijk antwoord op. En misschien is dat ook precies waarom de metafoor van 'het Huis van Andolfi 'mij zo aanspreekt.
Stel dat jouw gezin samen in een huis woont. Iedereen woont er, maar niet iedereen op dezelfde verdieping. In het Huis van Andolfi heeft iedere generatie als het ware haar eigen plek. De kinderen wonen beneden. Zij mogen kind zijn en hoeven niet verantwoordelijk te zijn voor de zorg of de beslissingen binnen het gezin. De ouders wonen op de eerste verdieping. Daar ligt de verantwoordelijkheid voor de kinderen en worden de belangrijke beslissingen genomen. En de grootouders? Die wonen op de zolder.
Dat vind ik een bijzonder beeld.

Want wanneer je kinderen zelf kinderen krijgen, verandert er iets. Jouw kind wordt ouder en jij wordt grootouder. Je verhuist als het ware van de eerste verdieping naar de zolder.
Gelukkig is er een trap.
Als grootouder mag je naar beneden komen. Om op je kleinkinderen te passen, te helpen, nabij te zijn en vooral ook om van hen te genieten. Maar daarna ga je ook weer naar boven. Het wordt ingewikkeld wanneer een grootouder langdurig op een andere verdieping gaat wonen en bijvoorbeeld opnieuw mee gaat bepalen hoe de kinderen worden opgevoed.
Het Huis van Andolfi helpt om naar enkele eenvoudige vragen te kijken: wie draagt de zorg, wie neemt de beslissingen en kan iedereen zijn eigen plek innemen zonder die van iemand anders over te nemen?
Dat klinkt heel logisch wanneer je het zo uitlegt. In het echte leven vind ik het een stuk moeilijker.
Jarenlang was ik zelf de mama op de eerste verdieping. Ik zorgde voor mijn kinderen, maakte keuzes, stelde grenzen en probeerde hen te beschermen en mee te geven wat ik belangrijk vond. Zeker niet altijd perfect, maar het was wel mijn verantwoordelijkheid.
En dan worden je kinderen volwassen. Ze maken hun eigen keuzes, bouwen hun eigen leven uit, krijgen een partner en worden misschien zelf mama of papa.
En jij verhuist naar de zolder.
Je bent nog altijd hun mama. Je liefde en betrokkenheid verdwijnen niet omdat je kind volwassen is. Maar de manier waarop je mama kunt en mag zijn, verandert wel.
En daar zit voor mij de zoektocht. Ik wil mijn kinderen de ruimte geven om hun eigen ouderschap te ontdekken en respecteren dat zij sommige dingen anders doen dan ik ze vroeger deed. Tegelijk merk ik dat dit niet altijd vanzelf gaat. Wat doe je wanneer je iets ziet en denkt: zou je dat niet beter anders aanpakken? Zeg je het? Hou je het voor jezelf? Wanneer is iets delen betrokkenheid en wanneer wordt het bemoeien?
En dan is er nog iets. Ook mijn eigen grenzen bewaken is niet altijd gemakkelijk. Ik werk nog en heb mijn eigen activiteiten en bezigheden. Maar wanneer je je kinderen ziet worstelen met de organisatie van een jong gezin, is nee zeggen tegen een vraag om hulp soms best moeilijk. Wanneer blijf ik bewust op de zolder, ook al zou ik eigenlijk graag naar beneden komen?
Ik weet het oprecht niet altijd.
En het bijzondere is dat ik het Huis van Andolfi ook in mijn werk gebruik. Jonge ouders komen soms bij mij in de praktijk omdat er zorgen zijn over één van hun kinderen. Maar tijdens zo’n gesprek gaat het vaak al snel over veel meer: over hun relatie, vermoeidheid, verwachtingen rond ouderschap en de vele meningen die jonge ouders te horen krijgen.
En regelmatig gaat het ook over opa en oma.
Grootouders die het goed bedoelen. Die willen helpen, advies geven en vanuit hun ervaring iets willen betekenen. Soms wordt die betrokkenheid voor jonge ouders te veel en voelen zij dat hun ouders of schoonouders beslissingen nemen die eigenlijk bij hen horen.
Ik probeer daar niet snel over te oordelen.
Want ik begrijp die grootouders steeds beter.
Ik ben er zelf één.
Dat besef vind ik belangrijk. Wanneer ik tegenover een jonge mama of papa zit, kan ik als therapeut uitleggen hoe belangrijk het is dat zij hun plek als ouder kunnen innemen. Maar tegelijkertijd ben ik zelf nog aan het zoeken naar mijn plek in mijn eigen gezin.
Als het over mijn eigen gezin gaat, ben ik namelijk niet alleen therapeut. Dan ben ik mama, oma en schoonmoeder. En dan blijken die verdiepingen soms toch wat moeilijker te vinden.
Misschien helpt dat mij juist om in mijn praktijk met een hart voor de verschillende generaties te kijken. Met een hart voor de kinderen, die gewoon kind moeten kunnen zijn. Voor ouders, die de ruimte nodig hebben om hun eigen ouderschap vorm te geven. En voor grootouders, die soms zelf zoekend zijn naar wat hun nieuwe plek betekent.
Wanneer ik met gezinnen werk, tekenen we soms het Huis van Andolfi. We kijken naar wie waar staat, wie welke verantwoordelijkheid draagt en waar grenzen tussen generaties misschien wat vervaagd zijn. Daarna kijken we naar hoe het anders zou kunnen. Hoe zou het huis eruitzien als iedereen een plek heeft die goed voelt?
Ik noem dat graag het Huis van de Toekomst.
Misschien ben ik zelf ook nog aan dat huis aan het bouwen.
Een huis waarin mijn kinderen hun eigen ouderschap mogen opnemen en dingen anders mogen doen dan ik. Waar mijn kleinkinderen gewoon kind mogen zijn. En waar ik als oma op de zolder mag wonen, met een trap naar beneden wanneer mijn aanwezigheid gewenst is.
Maar ook met de wijsheid om te weten wanneer ik beter even boven blijf.
Misschien is dat wel de grootste uitdaging van grootmoeder worden: ontdekken dat een stap terugzetten niet betekent dat je minder belangrijk wordt. Dat loslaten niet hetzelfde is als minder graag zien. En dat nabij zijn niet betekent dat je alles moet oplossen.
Dat klinkt mooi wanneer ik het hier neerschrijf. In werkelijkheid lukt mij dat zeker niet altijd. Ook ik zal nog momenten hebben waarop ik te snel de trap afdaal, iets zeg en achteraf denk dat ik beter even op mijn zolder was gebleven. En er zullen waarschijnlijk ook momenten zijn waarop ik me afvraag of ik net niet wat meer naar beneden had moeten komen.
Misschien hoort die onzekerheid er gewoon bij.
Dus nee, misschien hoeven oma’s helemaal niet aan de top te staan.
Misschien mogen we gewoon onze plek zoeken: dichtbij genoeg om verbonden te blijven, maar met voldoende ruimte voor onze kinderen om hun eigen gezin te zijn.
Ik gebruik de metafoor van het Huis van Andolfi in mijn praktijk om gezinnen te helpen nadenken over hun plek. En ondertussen merk ik dat hetzelfde huis mij helpt om na te denken over de mijne.
Als mama van volwassen kinderen. Als schoonmoeder. En als oma van zes kleinkinderen.
Ik ben er nog niet helemaal uit waar mijn plek het beste is. En misschien bestaat er ook geen perfecte plek.
Misschien blijven we allemaal, op onze eigen verdieping en af en toe ergens op de trap, zoeken naar hoe we er voor elkaar kunnen zijn.
Ook interessant om te lezen
Over de zoektocht van ouders en jongeren naar nabijheid én ruimte.
Over wat er gebeurt wanneer ouders en jongeren elkaar onderweg even kwijtraken.
Over de veranderende rol van ouders wanneer kinderen zelfstandiger worden.





Opmerkingen