Oma’s aan de top ! Of net niet…
- Catherine
- 24 aug
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 26 aug
Wie kent het liedje van K3 niet: Oma’s aan de top! En eerlijk… als oma van zes kleinkinderen klinkt dat eigenlijk best goed.

Onlangs postte ik op social media een foto van mijn echtgenoot en mezelf met onze zes kleinkinderen. De foto kreeg onverwacht veel likes. En ik begrijp het wel. Ze straalt vreugde, positieve energie en vooral veel verbondenheid uit. Dat is ook wat ik voel wanneer ik naar mijn gezin kijk. We zijn sterk met elkaar verbonden en ik geniet enorm van mijn kinderen en kleinkinderen.
En toch zette die foto mij aan het denken.: Welke plek heb ik vandaag als mama van volwassen kinderen? Als schoonmoeder? Als oma?
Ik wil er graag zijn voor mijn kinderen. Helpen, meedenken, beschikbaar zijn. Maar wanneer is mijn hulp welkom? Wanneer geef ik advies en wanneer houd ik beter mijn mond? Wanneer kom ik dichterbij en wanneer is het juist beter om wat afstand te nemen?
Ik merk dat ik daar niet altijd een antwoord op heb.
Misschien helpt het om naar het Huis van Andolfi te kijken.
Iedereen zijn eigen verdieping
Stel je een huis voor met verschillende verdiepingen. Op de benedenverdieping wonen de kinderen. Zij mogen kind zijn. Op de eerste verdieping wonen de ouders. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor hun gezin en maken de keuzes over de opvoeding van hun kinderen.
En de grootouders?
Die wonen op zolder.
Dat beeld vind ik prachtig. Want wanneer je kinderen zelf kinderen krijgen, verandert jouw plek. Je blijft hun mama, maar je bent niet langer degene die de beslissingen voor hen neemt. Je verhuist als het ware van de eerste verdieping naar de zolder.

Gelukkig is er een trap.
Als oma mag je naar beneden. Om op te passen, te helpen, te knuffelen en te genieten. Maar daarna ga je ook weer naar boven.
Het wordt wel ingewikkeld wanneer je als grootouder op de eerste verdieping blijft wonen
Een stap naar beneden
Ik herken dat.
Jarenlang was ik zelf de ouder op de eerste verdieping. Ik maakte keuzes, stelde grenzen, zorgde en probeerde mijn kinderen mee te geven wat ik belangrijk vond.
Nu zijn zij volwassen. Ze hebben een partner, een eigen leven en misschien heel andere ideeën over opvoeden dan ik vroeger had. En dat is zeker oké. Maar soms zie ik iets en denk ik toch: Zou je dat niet beter anders aanpakken? Zeg ik het? Of niet?
Dat lijkt een eenvoudige vraag. In werkelijkheid is het soms verrassend moeilijk. Want ik ben niet alleen therapeut. Ik ben ook mama. En oma. En als oma wil ik graag helpen.
Maar misschien is helpen soms ook weten wanneer je niet moet helpen.
Ook als therapeut blijf ik gewoon oma
In mijn werk gebruik ik het Huis van Andolfi regelmatig.
Wanneer jonge ouders bij mij komen met zorgen over hun kind, blijkt het vaak niet alleen over dat kind te gaan. Het gaat ook over vermoeidheid, relaties, verwachtingen, opvoedingskeuzes en de invloed van grootouders. Soms voelen jonge ouders dat opa of oma te veel op hun verdieping komt.
Ik begrijp dat.
Maar sinds ik zelf oma ben, begrijp ik ook de andere kant beter.
Want grootouders bedoelen het meestal goed. Ze willen helpen. Ze hebben ervaring. Ze willen voorkomen dat hun kinderen dezelfde fouten maken als zijzelf.
Alleen: goede bedoelingen maken iets nog niet automatisch helpend. Dat vind ik een belangrijke les. Niet alleen voor mijn werk, maar ook voor mezelf.
Het huis van de toekomst
Wanneer ik met gezinnen werk, tekenen we soms het Huis van Andolfi. We kijken wie waar staat, wie welke verantwoordelijkheid draagt en waar grenzen tussen generaties vervaagd zijn. Daarna stellen we een eenvoudige vraag: Hoe zou het huis eruitzien als iedereen een plek heeft die goed voelt?
Misschien ben ik zelf nog aan dat huis aan het bouwen. Een huis waarin mijn kinderen hun eigen ouderschap mogen ontdekken. Waarin mijn kleinkinderen gewoon kind mogen zijn. En waarin ik als oma op zolder woon. Dicht genoeg om er te zijn wanneer ik nodig ben. Ver genoeg om mijn kinderen hun eigen keuzes te laten maken. En met een trap waarop ik soms bewust even blijf staan. Want misschien is dat wel de kunst van grootouder zijn: weten wanneer je naar beneden mag komen en wanneer je beter weer naar boven gaat.
Loslaten betekent niet dat je minder van iemand houdt.
Een stap terugzetten betekent niet dat je minder belangrijk bent.
En er zijn voor elkaar betekent niet dat je alles moet oplossen.
Dus oma’s aan de top?
Misschien niet.
Misschien zijn oma’s gewoon het mooist op zolder: met een goed zicht op het huis, een open deur en een trap naar beneden wanneer ze écht nodig zijn.
Ook interessant om te lezen
Over de zoektocht van ouders en jongeren naar nabijheid én ruimte.
Over wat er gebeurt wanneer ouders en jongeren elkaar onderweg even kwijtraken.
Over de veranderende rol van ouders wanneer kinderen zelfstandiger worden.





Opmerkingen