'Oma jij bent oud!' - En wie past er dan op?
We zitten in de wagen. Ik heb onze kleinzoon van zeven opgehaald. Zoals gewoonlijk heeft hij veel te vertellen. Dat vind ik zo fijn aan hem. Tot hij plots zegt:
‘Jij bent oud.’
‘Hoezo ben ik oud?’
‘Ja, jij bent een oma en oma’s zijn altijd oud.’

Stilte in de wagen. Ik vraag me af of het over mijn uiterlijk gaat, of over het beeld dat hij van grootouders heeft.
Thuis open ik Canva en zoek naar afbeeldingen van grootouders. En jawel: oma’s met grijs haar en een knot, opa’s met een snor of baard, een bril en soms een wandelstok. Liefst zitten ze gezellig met de kleinkinderen op de schoot.
Een beetje confronterend is dat wel. Zeker als ik denk aan de bedragen die ik bij de kapper uitgeef om mijn haar te laten blonderen. Blijkbaar heb ik nog wat werk aan mijn imago.
Maar als ik rondom mij kijk, herken ik dat beeld niet helemaal. Ik zie grootouders die nog werken, reizen, sporten en plannen maken. Sommigen zorgen zelfs nog voor hun eigen ouders, terwijl ze tegelijk hun volwassen kinderen proberen te ondersteunen.
Grootouder zijn betekent blijkbaar niet dat je eigen leven op pauze gaat.
Oma is toch beschikbaar?
Mijn echtgenoot en ik willen graag blijven werken en ons eigen leven leiden. Tegelijk willen we iets betekenen voor onze kleinkinderen. We luisteren graag naar hun verhalen, genieten van hun gezelschap en helpen waar dat lukt.
Maar hoe vanzelfsprekend is die hulp eigenlijk geworden?
Jonge ouders moeten vandaag heel wat combineren: werk, school, opvang en huishouden, en daarnaast ook nog tijd vinden voor elkaar en hun kinderen. Soms lijkt het een puzzel waarvan de stukjes elke week veranderen. Valt de opvang weg of wordt een kind ziek, dan moet er plots een oplossing komen. Grootouders kunnen daarin een belangrijke rol spelen.
Europees onderzoek toont dat ze geregeld instaan voor de opvang van kleinkinderen. Hoe vaak dat gebeurt, verschilt van land tot land. Grootmoeders nemen gemiddeld vaker zorgtaken op dan grootvaders.
Toch is hulp vragen aan je eigen ouders niet altijd eenvoudig. Je wilt hen misschien niet belasten. Je wilt als ouder ook graag zelfstandig zijn en je eigen keuzes maken. En wat als je moeder het anders zou aanpakken dan jij?
Ook voor grootouders is het zoeken. Je wilt graag helpen, maar hebt zelf nog werk, plannen en bezigheden. Je wilt betrokken zijn zonder dat je agenda voortaan door iemand anders wordt beheerd.
Misschien hebben we elkaar meer nodig dan we soms willen toegeven. Niet omdat jonge ouders het niet alleen kunnen of omdat grootouders vanzelfsprekend klaar moeten staan, maar omdat gezinnen niet op een eiland leven.
Mijn kind is nu zelf ouder
De komst van een kleinkind verandert niet alleen je relatie met dat kind. Ook de relatie met je eigen volwassen zoon of dochter krijgt een andere vorm.
Je hebt zelf kinderen grootgebracht. Misschien denk je af en toe: Ik weet nog wel hoe dat moet. Maar je kind heeft intussen eigen ideeën, grenzen en opvoedingskeuzes ontwikkeld.
Je ervaring kan waardevol zijn, maar soms vraagt het meer wijsheid om ze niet meteen op tafel te leggen. Je bent niet langer degene die beslist hoe het gezin wordt georganiseerd. Je zoekt samen met je volwassen kind naar een nieuwe verhouding.
En dat is niet altijd eenvoudig. Hoe help je zonder over te nemen? Hoe geef je advies zonder dat het als kritiek klinkt? En hoe zeg je als grootouder dat iets voor jou niet lukt, zonder dat je kind zich in de steek gelaten voelt?
Misschien helpt het om daar wat vaker open over te praten. Wat verwachten we van elkaar? Wanneer springen we bij? Wat lukt wel en wat niet?
Want liefde en beschikbaarheid zijn niet hetzelfde. En hulp mag geen stilzwijgende afspraak worden waar niemand nog vragen bij durft te stellen.
Een nieuwe plek in de familie
We leven langer dan vorige generaties. Daardoor kunnen drie en soms zelfs vier generaties tegelijk deel uitmaken van een familie. Grootouders worden niet noodzakelijk grootouder aan het einde van hun actieve leven. Ze hebben vaak nog werk, dromen en plannen. Dat maakt grootouderschap bijzonder. Je bent niet alleen oma of opa, maar ook partner, ouder, werknemer, vriend en zelf nog altijd kind van je eigen ouders.
Iedereen zoekt zijn plek in die veranderende familie.
Jonge ouders willen hun eigen gezin vormgeven en tegelijk kunnen rekenen op steun. Grootouders willen betrokken zijn, maar ook hun eigen leven behouden.
Het lijkt me waardevol als we die zoektocht niet zien als een strijd tussen generaties. We hebben allemaal onze verwachtingen, kwetsbaarheden en grenzen. Soms begrijpen we elkaar meteen, soms loopt het wat stroever.
Misschien gaat grootouder zijn daarom niet alleen over oppassen of verwennen. Het gaat ook over een band opbouwen waarin je kleinkind welkom is, waar er geluisterd wordt en waar het zichzelf mag zijn. Een band die niet afhangt van hoeveel uren je beschikbaar bent.
En ben ik nu oud?
Ik denk nog weleens terug aan die uitspraak in de wagen.
Voor mijn kleinzoon is het eenvoudig: oma’s zijn oud. Misschien komt hij dat beeld overal tegen. Maar de grootouders die ik ken, passen niet allemaal in dat plaatje.
Ik ben nog altijd mezelf. Alleen is er nu een klein mens bijgekomen die me oma noemt. Een klein mens dat me ontroert, aan het lachen brengt en me af en toe confronteert met een waarheid die ik liever nog even had uitgesteld.
Ik hoop dat hij later vooral zal onthouden dat ik graag naar zijn verhalen luisterde. Dat hij bij ons welkom was en dat we samen een fijne band hebben opgebouwd.
En mijn blonde haar? Dat mag voorlopig nog even blijven.
Misschien vraag ik hem de volgende keer wat hij precies onder oud verstaat.
Al vrees ik dat ik het antwoord niet helemaal zal kunnen wegblonderen.





Opmerkingen